Tags: bedoel ik maar :)

omg dit ben ik

eeeeeeeeecht

Waarom ik NU pas met een LJ kom? Ten eerste omdat ik het allemaal crap vind, en de 2e reden ga ik hier onder vertellen

Nou, ok. Dan wil ik nu gaarne deze gelegenheid gebruiken om jullie te vertellen waar ik al die tijd ben geweest, want ik snap natuurlijk dat jullie mij ALLEMAAL HEEEEEEEEEL ERG gemist hebben, en ook erg benieuwd naar mijn vast geweldige reden hiervoor. Nou, dat komt even mooi uit, want dat zalk eens even vertellen!




Het is allemaal begonnen op een zonnige vrijdag. Ik was net klaar met mijn school, en klaar voor de grote wereld. Iedereen ging op vakantie, jullie geliefde zeehoer had er echter voor gekozen om op het huis van zijn moeder te passen, maar nog meer omdat hij op zijn poesje wilde passen :) En dit poesje is nu juist de reden van zijn lange afwezigheid.....

Op de dag dat zijn moeder weg ging, hing er iets vreemds in de lucht boven Rotterdam. Het werd door niemand opgemerkt, behalve een klein deel van de bewoners, de poesjes. Toen zeehoers moeder was vertrokken maakte zijn poesje rare geluiden. Het leek wel of ze joga aan het doen was op een spijkerbed zonder daar eerst voor getraind te hebben. Nog geen moment later hoorde zeehoer ook de kat van de buren dezelfde verontrustende geluiden produceerde, en niet lang daarna gonsde het in de stad van kermende poesjes.
Het vreemde hieraan was echter dat het wel leek of niemand het opviel, het leek wel alsof ze het niet konden horen...
Gealarmeerd door de haast onnatuurlijk klinkende geluiden die zijn huisdier uitspuwde, haastte hij zich naar zijn harige kleine poesje..
Geschokt en verbaasd zag hij daar hoe zijn poesje kronkelend op de bank lag. Hij bedacht zich geen moment en bracht zijn anders altijd kalmerende handen dichterbij, en streelde het poesje over haar kopje. Geschokt stopte het poesje met bewegen en trok haar pootjes bij elkaar.
Versuft keek het kleine zwarte poesje omhoog, en zonder haar lippen te bewegen, hoorde zeehoer een zachte, rustige vrouwenstem in zijn hoofd..

"kan je dit verstaan?"

Op zijn zachtst uitgedrukt enigszins verbaasd, sprong zeehoer in de lucht en viel achterover met zijn hoofd op de eettafel. Een duisternis nog zwarter als de nacht vloeide als zwarte inkt op een kleutertekening over zijn blikveld, tot zelfs het kleinste beetje licht was verdwenen, als een zwart gat in ons al duister heelal.

Wie weet hoelang hij daar heeft gelegen, op het koude zwarte linoleum dat de vloer door het gehele huis verhult. Seconden, minuten of zelfs wel uren, maar wat hij wel weet, is dat hij misschien beter nooit meer had kunnen opstaan.
Toen zeehoer kreunend bij kwam, zat zijn poesje op de tafel te wachten. Geheeld verdoofd nog probeerde ons alom geprezen forumlid op te staan en zodoende kwam het dat hij weer zijn poesje in aanraking kwam.

"niet schrikken"

Zeehoer was in een klap helder, als een mokerslag op een lange jan.

"Je mag me nog niet loslaten, ik kan alleen met je praten als onze lichamen in contact met elkaar staan, wat je ook doet, blijf me aanraken, het is van levens belang, niet alleen voor jou of mij, maar van een gehele planeet, tot op de kleinste levensvorm toe"

Aarzelend kwam zeehoer van zijn knieën af, enigszins onhandig omdat hij niet het lichamelijke contact met zijn poesje wilde verbreken.

-Wat is hier aan de hand, waarom kan je praten... Hoe kan je praten... WAAROM KAN JE PRATEN!? Ik bedoel.... Je bent een poesje... Je..

"Stil maar, ik zal je alles uitleggen, maar ik zal beginnen waar het ooit allemaal in werking is gezet.. Wij poesjes waren vroeger een welvarende beschaving van een planeet 23 miljard lichtjaren van aarde. Vreedzaam hadden we daar, op dildonie in het sterrenstelsel geillactiKa, voor meer dan miljarden jaren geleefd.
Onze technologie was zo ver gevorderd, dat zelfs andere rassen in ons nabije heelal ver op ons achter liepen. Dit vormde vooral een probleem voor de nu-ekens, een ras dat het meest te vergelijken valt met een kruising tussen accountants en pooiers. Een duivelse combinatie…
In een gewelddadige poging om onze technologie te bemachtigen, begonnen ze een oorlog tegen mijn ras. Maar door onze technologische voorsprong konden we dit tegenhouden. Wat wij niet wisten was dat de nu-ekens, gedreven door pure haat, een wapen hadden ontwikkeld dat onze planeet in een klap kon vernietigen. Dit wisten we pas toen het te laat was, en dildonie veranderde in een uiteenvallende legpuzzel. Telkens slokte het hete magma weer een deel van de leefruimte op, en binnen enkele minuten moesten wij evacueren. We lieten alles achter en vluchtte in onze ruimteschepen op zoek naar een beter thuis. En dat vonden we, hier, op deze planeet. Het had alles wat we wilden, zelfs verzorgers!
Generatie na generatie heeft hier zijn dagen gesleten. Maar immer waren wij waakzaam voor dit moment, het moment dat de nu-ekens ons zouden vinden.
Jij bent de enige die ons kan redden, voor alleen jij kan ons verstaan.”

Vol ongeloof had jullie lieve forumteefje geluisterd naar dit verhaal. Langzaam kwam hij tot de conclusie dat het wel waar moest zijn, want als een poesje kan praten, vervalt alle logiKa, en is alles mogelijk…

-Wat moet ik doen..

Het poesje begon te spinnen. En weer hoorde zeehoer de zwoele, vrouwelijke stem die zijn wereld zo had veranderd.

“Pak eerst een handdoek en maak daar een draagzak van, je moet me ten alle tijden aanraken. Pak daarna de hagelslag uit de linker keukenkast en kom dan terug om te vertrekken”

-waar gaan we naar toe?

“We trekken ten strijde. Eeuwen hebben wij deze dag verwacht, talloze plannen gemaakt, en miljoenen gegroeid in aantal. Dit is die dag! De dag die de toekomst zal bepalen voor allebei onze rassen.”

Zeehoer deed wat het poesje hem gevraagd had, en samen vertrokken ze.
Het avonduur was reeds aangebroken, toen zij aankwamen bij een grote loods. Hij was groot en lang.
Het poesje kreunde wat, en met een piepend geluid rolde de schuifdeuren uit elkaar, en een legioen van witte poesjes druppelde naar buiten.
Ze namen zeehoer mee naar binnen, waar het donker en vochtig was. Opeens merkte zeehoer de penetrante geur op, die veel weg had van een marktkraam waar ze vis verkopen. Toen zijn ogen gewent waren aan de duisternis, zag hij een grote metalen schotel.
Een groot grijs vlak aan de zijkant van het immense zilveren ruimteschip begon te piepen, en niet veel later opende zich een deur naar de buik van het ijzeren monster. De poesjes drongen zeehoer aan om er in te gaan. Aarzelend stapte zeehoer de deuropening binnen, en trof daar een cockpit aan. Met in het midden een grote leren stoel, die alleen maar voor een mens kon zijn. Alsof hij al wist wat de bedoeling was, nam hij plaats in de stoel, en de poesjes namen hun plek in om hem heen. Zeehoer´s poesje keek rond, en knikte.

“het is tijd”

Zeehoer legde zijn hand op de leuning, en voelde hoe zijn vinger verdween in een gat. Op dat moment merkte hij op dat het toestel waarin ze zaten begon te bewegen, en uit het raam zag hij hoe ze de aarde achterlieten. Hoe dieper hij zijn vinger in het strakke gat duwde, hoe sneller ze gingen.
Opeens hoorde hij achter zich een luid gepiep. Hij keek naar zijn poesje..

-Wat gebeurd er?

“De nu-ekens zijn in onze val getrapt. We hebben ze weg gelokt van de planeet aarde, zodat onze wereld veilig is tijdens dit gevecht”

Opeens zag hij voor hen de ruimte trillen, en langzaam kwamen de contouren van een reusachtig ruimteschip er uit tevoorschijn. Om hem heen hoorde zeehoer hoe de poesjes kermden en kreunden. De lampen knipperden, en overal kwamen bliepjes en piepjes uit.
Het ruimteschip was nu volledig zichtbaar. Vol automatisch duwde zeehoer zijn vinger diep in het gat, en ze schoten naar voren. Het andere ruimteschip kwam hen met een noodvaart tegemoet. Op het allerlaatste moment veranderden ze beiden van koers en schoten rakelings langs elkaar. Zeehoer hoorde een harde klap, en zag een grote rode vuurbal uiteenspatten vlak voor hun schip. Instinctief bewoog hij zijn vinger in het gat en in een vloeiende beweging ontweek hij de vuurbal en draaide 180° zodat het ruimteschip in het vizier kwam. Zijn poesje sprong uit de draagzak en drukte op een knopje vlak boven het gat. Een zoemend geluid vulde de ruimte om hem heen, en een korte maar felle flits maakte het dat zeehoer een korte tijd niks kon zien, maar toen hij zijn ogen weer kon openen, zag hij dat het eens zo machtige ruimteschip van de nu-ekens nu niet meer was dan een hoopje schroot.
Om hem heen klonken opgewekte kreuntjes en de poesjes likten elkaar.
Zijn eigen poesje leegde haar pootje op zijn hand, en ze keken elkaar aan..

“het is gelukt… Je hebt de wereld gered… Je hebt gewonnen!”

Zeehoer schudde zijn hoofd…

-Nee poesje, het is ons gelukt… WIJ hebben de wereld gered!”

Wat volgde waren een paar weken van uitzinnig feesten in alle uithoeken van het heelal, waar ze pas net van zijn terug gekeerd!




Daarom had ik nog geen LJ